KenniscentrumHandchirurgie › Botbreuken hand › Botbreuken in de hand

Botbreuken in de hand

De plastisch chirurg is als handchirurg, gespecialiseerd in het opereren van handen.
Bij een breuk in de vinger, zal de arts de breuk beoordelen. Afhankelijk van de soort fractuur en de plaats van de breuk wordt dit door een plastisch chirurg gedaan. Deze bekijkt of de breuk stabiel genoeg is om ingegipst te worden of dat een operatie noodzakelijk is. Hiervoor wordt een röntgenfoto gemaakt en bij gecompliceerde breuken een CT-scan.

Operatie

Het doel van de operatie is om de gebroken stukjes bot weer op de juiste plaats vast te zetten. Dit gebeurt met kleine schroefjes, metaalplaatjes en/of ijzerdraadjes. De ijzerdraadjes worden meestal door de huid ingebracht en steken na de operatie vaak nog uit door de huid. Als de breuk weer genezen is kunnen de draadjes makkelijk worden verwijderd. Schroefjes en plaatjes kunnen meestal blijven zitten. Alleen als ze klachten geven zullen ze verwijderd worden door middel van een nieuwe operatie.

Na de operatie

Na de operatie is de vinger nog niet meteen belastbaar. Het bot kan gemakkelijk opnieuw breken wanneer er kracht gezet wordt. Het is belangrijk om de vingers en gewrichten voorzichtig in beweging te houden, zonder ze te belasten, om stijfheid van de vinger(s)te voorkomen.
De handtherapeut zal patiënten na de operatie begeleiden bij het bewegen van de hand. Na enkele weken wordt opnieuw een röntgenfoto gemaakt om te kijken of het bot genezen is.

Complicaties

Wanneer een breuk door een gewricht loopt kan het gewrichtsoppervlak beschadigd zijn waardoor er sneller slijtage ontstaat in het gewricht.
Het kan lang duren voordat de breuk volledig is vastgegroeid. Vaak duurt de genezing van een breuk in de hand langer dan botbreuken elders in het lichaam.
In enkele gevallen groeit het bot niet aan elkaar vast en moet er opnieuw geopereerd worden. Wanneer een botbreuk in een verkeerde stand geneest kan een standsafwijking optreden. De vinger staat dan scheef of kruist onder de andere vingers door bij het buigen. Om dit te herstellen is soms een extra operatie noodzakelijk.

Prognose

De prognose na een botbreuk is afhankelijk van het type breuk. De prognose is slechter wanneer een breuk
  • uit meerdere stukjes bestaat;
  • door een gewricht loopt;
  • bij een kind door een groeischijf gaat.
    Als een groeischijf beschadigt, kunnen botten minder groeien of scheef gaan groeien.
Vaak blijft het aangedane vingergewricht na genezing van het bot wat stijf en minder bewegelijk. Een botbreuk heeft minimaal 6 weken nodig om te genezen, maar soms kan het wel enkele maanden duren voordat de breuk stabiel is.


Deel deze pagina: