KenniscentrumHandchirurgie › Duimbasis artrose (CMC1) › Duimbasis artrose

Duimbasis artrose

CMC1-artrose

Bij duimbasis artrose is er sprake van slijtage in het gewricht dat de basis van de duim met de pols verbindt. Dit gewricht tussen het eerste middenhandsbeen en handwortelbeentje (ook wel CMC1-gewricht genoemd) is zeer beweeglijk en wordt dagelijks veel gebruikt. Artrose in dit gewricht komt dan ook veel voor.
De aandoening treedt voornamelijk op bij vrouwen ouder dan 40 jaar. Ook als er eerder letsel van het gewricht was, zoals een breuk of verstuiking, is er een verhoogd risico op artrose.

Klachten bij duimbasis artrose

Door slijtage wordt de kraakbeenlaag in het gewricht dunner waardoor bot op bot gaat wrijven, wat zeer pijnlijk is. De pijn treedt vaak op bij het vastpakken van voorwerpen tussen duim en vingers (pincetgreep) zoals bij schrijven, Daarnaast ook bij draaiende bewegingen zoals het vastschroeven of opendraaien van een potdeksel. De zeurende pijn zit meestal bij de pols aan de basis van de duim en aan boven- of onderkant van de duimmuis. In het begin is er met name pijn bij het bewegen van de duim. Naarmate de artrose erger wordt kan de pijn ook in rust optreden, bijvoorbeeld ’s nachts. Vaak is de kracht in de duim afgenomen.
In veel gevallen is er een zwelling rond de basis van de duim zichtbaar als gevolg van de artrose.
Bij vergevorderde slijtage gaat het gewricht vervormen en zakt het middenhandsbeen in de richting van de pols. Ter compensatie gaat het bovenste deel van de duim dan overstrekken. Het bewegen van de duim wordt hierdoor nog moeilijker.

Diagnose

De plastisch chirurg kan de diagnose in de meeste gevallen op basis van de klachten en het lichamelijk onderzoek stellen. Bij de meeste patiënten ontstaat er pijn bij druk op de basis van de duim. Ook bij druk op de duim in lengterichting en bij wrijvende bewegingen in het gewricht treedt er vaak pijn op. Op een röntgenfoto zijn er doorgaans tekenen van artrose zichtbaar die de diagnose kunnen onderbouwen. Er is echter geen directe samenhang tussen de ernst van de afwijking op een röntgenfoto en de mate van klachten die een patiënt ervaart.

Behandeling

Bij lichte klachten van artrose wordt geadviseerd om de duim rust te geven en bewegingen te vermijden waarbij men kracht moet zetten. Ook kunnen pijnstillers en injecties van corticosteroïden de pijnklachten verminderen. Het effect van de injecties is helaas vaak maar tijdelijk.
Als deze maatregelen niet afdoende zijn kan een behandeling met een spalk of brace worden geprobeerd. Deze moeten pijnlijke bewegingen van de duim voorkomen en geleiden de kracht langs het versleten gewricht naar de pols. Er zijn verschillende modellen spalken, die door de handtherapeut op maat worden vervaardigd. Veel patiënten gebruiken de spalk op het moment dat zij veel met de duim gaan werken. Als de spalk goed bevalt kan er ook een op een sierraad gelijkend model van zilver worden gemaakt (silversplint).
De meeste patiënten ervaren een spalk of brace echter als lastig en op den duur niet werkbaar in het dagelijks leven. Ook kan de artrose verergeren en kunnen er ondanks spalk, pijnklachten ontstaan. In deze situaties kan een operatie worden overwogen.

Operatie

Het doel van een operatie is het verminderen of wegnemen van de pijn en het zo goed mogelijk herstellen van de kracht en beweging van de duim.
Er bestaan verschillende operatietechnieken om deze aandoening te behandelen. In de meeste gevallen wordt ervoor gekozen om het handwortelbeentje te verwijderen. Op deze manier zijn er geen wrijvende gewrichtsvlakken meer en is de oorzaak van pijn weggenomen. De duim zakt hierdoor echter in richting van de pols wat krachtsvermindering kan geven. Om dit te voorkomen wordt er vaak een opgerolde pees als stootkussen op de plek van het oude gewricht geplaatst. Ook is het mogelijk het duimbot met een afgespitste pees vast te knopen om de duim meer stabiliteit te geven.
Voor patiënten die (zeer) zwaar werk moeten verrichten, en kracht moeten kunnen zetten met de duim, zijn deze technieken minder geschikt. In dit geval kan het middenhandsbot op het handwortelbeentje worden vastgezet. Een nadeel is dat de beweeglijkheid van de duim hierdoor minder wordt en dat er na korte tijd artrose in het gewricht van de handwortel kan optreden dat een etage dieper zit.
Tot slot bestaan er ook kunstgewrichten en kunstmateriaal dat als stootkussen kan worden geplaatst. In veel gevallen zijn deze technieken nog experimenteel of ontstaan er op lange termijn complicaties bij het gebruik van deze materialen.
De plastisch chirurg zal samen met u overleggen welke operatietechniek in uw situatie het meest geschikt is.
De operatie wordt doorgevoerd onder blokverdoving van de arm of onder narcose. U kunt na de ingreep doorgaans op dezelfde dag weer naar huis (dagbehandeling).

Na de operatie

Gedurende de eerste vier weken na de operatie draagt u een onderarmspalk voor de ondersteuning van de duim. Daarna wordt gestart met oefentherapie door de handtherapeut. Voordat u uw hand weer volledig kunt inzetten moet u rekening houden met minimaal drie maanden herstel. Vaak komt de beweeglijkheid vrij snel weer op gang maar duurt het langer voordat er herstel is van kracht. De kracht van de duim zal na herstel minder zijn dan voor de aandoening, maar doorgaans duidelijk meer dan voor de operatie.
Meestal is het operatiegebied in de eerste maanden nog gevoelig, maar ontstaat er geen vervelende pijn meer bij bewegen.

Risico’s van de operatie

Er zijn zelden complicaties bij deze operatie. Mogelijke risico’s zijn nabloeding, infectie en littekenpijn, maar deze zijn meestal goed te behandelen.
Soms blijft het operatiegebied gevoelig. De kracht en beweeglijkheid kan minder goed zijn dan men had verwacht. Bij deze patiënten is vaak een langdurige oefentherapie door de handtherapeut noodzakelijk. In enkele gevallen moet een nieuwe operatie worden overwogen.
Bij deze operatie bestaat een zeer kleine kans dat er posttraumatische dystrofie  optreedt. Dit komt echter zelden voor. De hand zwelt dan op, doet vooral bij bewegen pijn en kleurt rood of blauw. Waarschuw uw arts bij deze klachten.

Resultaat

De meeste patiënten zijn na de operatie zeer tevreden met het bereikte resultaat. Veel patiënten kunnen hun oude werk en hobby’s na de operatie weer naar tevredenheid hervatten.


Deel deze pagina: