KenniscentrumHandchirurgie › Hamervinger (mallet) › Malletfinger

Malletfinger

Hamervinger

Als er sprake is van een ‘Malletfinger’ of hamervinger, dan is de strekpees onderhuids los gescheurd van de aanhechting aan het bot bij het laatste vingerkootje. Dit kan het gevolg zijn van een klap op de top van het gestrekte vingerkootje, zoals door een bal bij het sporten, het stoten van de vinger of bij het instoppen van een laken, bij het opmaken van een bed.
Soms is ook er ook sprake van een breuk in het bot van het vingerkootje. De strekpees kan het laatste kootje van de vinger niet meer strekken en zo ontstaat een afhangende (gebogen) vingertop. Dit lijkt op een hamertje, in het Engels mallet, vandaar de term.

Klachten

De vinger is vaak pijnlijk en gezwollen bovenop het laatste gewricht van de vinger. De vingertop hangt naar beneden en kan niet meer gestrekt worden. Als er ook een stukje bot is losgescheurd (breuk) is de pijn sterker.
In enkele gevallen raken de verschillende delen van de strekpees in de vinger uit balans en gaat het middelste gewricht in een overstrek-stand staan terwijl het eindkootje afhangt. Dit noemt men een Zwanehals deformiteit (swanneck).

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van het onderzoeken van de hand. Bij verdenking op een losgescheurd stukje bot wordt ook nog een röntgenfoto gemaakt.

Behandeling

Bij een letsel zonder breuk in het bot, is een behandeling met een spalk meestal voldoende. De handtherapeut vervaardigt voor u een op maat gemaakte spalk. De (mallet)spalk houdt het eindgewricht in een lichte overstrekstand. Op deze manier kunnen de peesuiteinden weer aan elkaar groeien. De spalk moet gedurende 8 weken, in sommige gevallen 12 weken, dag en nacht gedragen worden. De spalk mag er in deze periode nooit af. Een continue spalk heeft een grotere kans op een goed resultaat dan standaard spalkjes die dagelijks voor reiniging af worden gedaan. Als het eindkootje bij het afdoen namelijk teveel buigt, dan scheurt de pees opnieuw en was alle moeite voor niets.
 
Een behandeling met continue malletspalk kan ook nog worden geprobeerd als een eerdere behandeling met een afneembare spalk, (die voorgeschreven is door een collega-arts) onvoldoende resultaat heeft gehad. Voorwaarde is wel dat het wondgebied op de vinger nog enigzins rood en onrustig is als teken van een onderhuidse wondgenezing die nog niet is afgesloten. Het is tijdens het dragen van de malletspalk belangrijk het middengewricht van de vinger enkele keren per dag volledig door te buigen omdat dit anders in korte tijd stijf wordt. De handtherapeut leert u deze oefening.

Operatie

Een operatie van losgescheurde pees of bot wordt doorgaans op de operatiekamer uitgevoerd onder blokverdoving (verdoving van de hele arm) of narcose. Na de ingreep kunt u in de regel dezelfde dag weer naar huis.

Losgescheurde pees

Indien een behandeling met spalk niet voldoende resultaat heeft opgeleverd, kan een operatie worden overwogen. Als het vingerkootje na het letsel meer dan 40 graden afhangt, wordt er meestal direct voor een operatie gekozen omdat dit een grotere kans op herstel geeft dan een spalkbehandeling.
De operatie duurt ongeveer 30 minuten. Tijdens de operatie wordt de afgescheurde pees weer op de aanhechting van het bot vastgezet en middels hechtingen strakgetrokken. Om te voorkomen dat de gehechte pees tijdens de genezing weer scheurt wordt een ijzeren pinnetje door eind- en middenkootje aangebracht. Dit pinnetje (k-draad) wordt na 6 weken weer verwijderd op de polikliniek. Daarna wordt voorzichtig gestart met oefeningen voor het eindkootje onder begeleiding van de handtherapeut om het meestal enigszins stijve eindgewricht weer op gang te krijgen.

Losgescheurd bot

Als er sprake is van een losgescheurd stukje bot, dan moet dit meestal ook met een operatie worden hersteld. Alleen bij zeer kleine botfragmentjes kan worden volstaan met een spalkbehandeling. Als door de breuk een groter deel van het gewrichtsvlak is verdwenen kan het eindkootje instabiel worden en afglijden ten opzichte van het middenkootje. Bij deze patiënten is voor herstel in ieder geval een operatie noodzakelijk.
De operatie duurt ongeveer 45 minuten.
Tijdens de operatie wordt het losgescheurde botfragment weer op de plek van de breuk gebracht en vastgezet met behulp van een ijzeren draadje, schroefje of mini-anker. Soms kan er een ijzeren pinnetje door het eind- en middenkootje worden ingebracht voor tijdelijke stabiliteit. Als de breuk is genezen (meestal na 6 weken of langer) wordt het pinnetje weer verwijderd. Patiënten waarbij geen tijdelijk pinnetje mogelijk is moeten een malletspalk dragen tot de breuk volledig is genezen.

Risico’s van de operatie

Een operatieve ingreep brengt altijd risico’s met zich mee zoals de kans op een wondinfectie en een nabloeding.
Soms duurt het meerdere maanden voordat het stukje bot weer is vastgegroeid.
In zeldzame gevallen scheurt de pees opnieuw,ondanks de hechtingen. Een nieuwe operatie is dan noodzakelijk.
Mocht een herhaaldelijke operatie niet voldoende resultaat opleveren, dan kan als alternatief worden overwogen het eindgewricht (permanent) vast te zetten.

Resultaat

In de meeste gevallen kan door de spalk of operatie een goed resultaat worden bereikt. Hoewel het eindkootje na de behandeling in verloop van tijd weer enkele graden naar beneden kan zakken. Meestal is het eindgewricht wat stijver dan voor het letsel en kan het nog lange tijd gevoelig zijn bij aanraking. Al met al is een malletvinger een klein letsel, waarbij het herstel toch lang duurt.


Deel deze pagina: