KenniscentrumHuidafwijkingenMoedervlekken › Aangeboren moedervlek › Aangeboren moedervlekken

Aangeboren moedervlekken

Congenitale naevus

Aangeboren moedervlekken treden bij ongeveer 1% van de baby’s op. De oorzaak voor het ontstaan is niet duidelijk, erfelijkheid lijkt geen grote rol te spelen.
Meestal zijn ze klein (millimeters tot enkele centimeters), maar ze kunnen bij sommige baby’s ook zeer groot zijn en grote delen van de huid bedekken.
De indeling is als volgt:
  • klein (<1,5 cm);
  • middelgroot (1,5 tot 10 cm);
  • groot (10 tot 20 cm);
  • zeer groot (>20 cm).
Moedervlekken groter dan 20 cm worden ook wel reuzenmoedervlekken genoemd.
Aangeboren moedervlekken kunnen lichtbruin tot bruinzwart van kleur zijn. Binnen de moedervlek kan de kleur wisselen met lichtere en donkere delen. De huid kan stug aanvoelen en glad of hobbelig zijn. Vaak groeien er haren uit de moedervlek.

Kwaadaardig worden

Kleine tot middelgrote aangeboren moedervlekken hebben nauwelijks een groter risico om kwaadaardig te worden dan ‘gewone’ moedervlekken. Maar voor grote en met name zeer grote moedervlekken is er een hoger risico op het ontwikkelen van een melanoom. Dit is sterk afhankelijk van de grootte van de moedervlek. Zo bestaat er bij reuzenmoedervlekken een risico van 10% dat er in de loop van het leven een melanoom in de moedervlek ontstaat, in enkele gevallen zelfs al op kinderleeftijd.

Beoordeling door dermatoloog

Vanwege het mogelijke risico op ontaarding (kwaadaardig worden) is het belangrijk dat de dermatoloog de aangeboren moedervlek bij een kind na kijkt. De dermatoloog zal het risico op ontaarding inschatten en advies geven over de noodzaak van eventuele controles of het verwijderen van de moedervlek.
In de meeste gevallen is de moedervlek onschuldig en zal de dermatoloog geen verdere controles afspreken. Wel is doorgaans het advies aan de ouders om regelmatig te bekijken of er veranderingen optreden in de moedervlek. Let daarbij op de volgende zaken:
  • kleurveranderingen binnen de moedervlek, met name of er donkere delen bijkomen.
  • vormverandering, of de moedervlek onregelmatig van vorm wordt of harder groeit dan de rest van de huid.
  • klachten bij het kind zoals steken, jeuk, pijn of makkelijk bloeden. Neem dan contact op met de dermatoloog.
Verder is het belangrijk de moedervlek goed tegen sterke zonstraling te beschermen.
Bij moedervlekken met een verhoogd risico op ontaarding zal de dermatoloog regelmatig controleonderzoek afspreken (bijvoorbeeld 1x per jaar) of het advies geven om de moedervlek te verwijderen.

Verwijderen moedervlek om cosmetische reden

Vaak hebben ouders de wens om een opvallende moedervlek bij hun kind om cosmetische redenen te laten verwijderen, ook als er geen medische noodzaak is. Op deze manier willen ouders voorkomen dat hun kind vanwege de vlek gepest zou kunnen worden. Kinderen zelf ontwikkelen deze wens vaak rond de vroege puberteit.

Leeftijd voor behandeling

In zeldzame gevallen bestaat er medische noodzaak om de aangeboren moedervlek reeds op jonge leeftijd te verwijderen (excisie). Deze operatie wordt dan onder narcose bij het kind uitgevoerd.
Bij de meeste patiënten kan met jaarlijkse controles door de dermatoloog worden volstaan en kan een operatie gepland worden als het kind wat ouder en sterker is voor een ingreep. Kleinere moedervlekken kunnen dan eventueel ook onder plaatselijke verdoving worden verwijderd.

Behandeling

  • Excisie

Kleine tot middelgrote aangeboren moedervlekken kunnen meestal net als ‘gewone’ moedervlekken onder plaatselijke verdoving worden weggesneden (excisie). Bij jonge kinderen wordt de ingreep bij voorkeur onder narcose verricht.
  • Seriële excisie

Middelgrote tot grote moedervlekken worden vaak in meerdere behandelingen verwijderd (seriële excisie). Daarbij wordt eerst een centraal stuk van de moedervlek uitgesneden. Nadat de huid op natuurlijke wijze is bijgegroeid en opgerekt wordt in een volgende operatie opnieuw een stuk uitgesneden totdat de vlek geheel verwijderd is. Het tijdsinterval tussen de ingrepen is minimaal 3 tot 6 maanden.
  • Plaatsing tissue-expander

Zeer grote aangeboren moedervlekken (reuzenmoedervlekken) kunnen worden verwijderd door een opblaasbare ballon onder de naburige huid te plaatsen (tissue-expander).  De opgerekte huid wordt vervolgens gebruikt om de wond te bedekken nadat de moedervlek verwijderd is. Ook deze techniek wordt vaak in meerdere behandelingen toegepast.

Als bovenstaande methoden niet kunnen worden toegepast is in sommige gevallen een huidtransplantaat nodig.
  • Curettage en laserbehandeling

Behandeling van reuzenmoedervlekken bij zeer jonge kinderen kan eventueel door curettage en laser. Bij zeer jonge kinderen bevinden zich de pigmentcellen van de aangeboren moedervlek voornamelijk in de oppervlakkige huidlaag. Door operatieve curettage of laserbehandeling onder narcose worden de meeste pigmentcellen verwijderd voordat zij zich naar diepere lagen van de huid gaan verplaatsen. De genezing van de wond is op zeer jonge leeftijd meestal zonder littekens. De methode is echter omstreden omdat er pigmentcellen achterblijven die nog steeds een verhoogd risico op ontaarding lijken te hebben. Deze techniek wordt niet toegepast door de plastisch chirurgen in het Slingeland Ziekenhuis.
 

Risico’s

De risico’s van een excisie van een moedervlek zijn infectie, nabloeding en bloeduitstorting. Gelukkig treden deze complicaties maar zelden op en zijn ze meestal goed te behandelen.
Bij behandeling met tissue-expanders zijn er soms speciale risico’s van het ongewenst verplaatsen van de ballon of perforatie door de huid. In deze gevallen is vaak een nieuwe operatie nodig.
De meeste patiënten zijn zeer tevreden met het resultaat na het verwijderen van een aangeboren moedervlek.



Deel deze pagina: