KenniscentrumHandchirurgie › Boutonnière deformiteit › Boutonnière deformiteit

Boutonnière deformiteit

Knoopsgat misvorming of strekpeesletsel

Een Boutonnière deformiteit ontstaat na beschadiging van de strekpees van de vinger. Het stukje strekpees dat bij een Boutonnière deformiteit beschadigd is, heet de ‘centrale slip’. Normaal gesproken kan deze strekpees het middelste kootje van de vinger strekken. Door letsel kan dit niet meer.
Naast deze centrale slip zijn er ook nog twee buiten slippen (strekpezen) in de vinger. Deze buitenste slippen strekken het gewricht normaal gesproken tussen de laatste twee kootjes.
 
Als de centrale slip kapot scheurt, dan kunnen de buitenste slippen van het middelste vingerkootje naar de voorzijde van de vinger afglijden. Daar trekken ze het middelste gewricht in buigstand terwijl zij het laatste gewricht overstrekken. Zo ontstaat enkele dagen na het letsel, geleidelijk de stand waarbij het middelste gewricht van de vinger niet meer gestrekt kan worden en het laatste gewricht juist overstrekt.
Door deze stand kunt u de vinger niet meer goed gebruiken.
 
De beschadiging van de centrale pees kan ontstaan na een klap op de vinger, met een ontwrichting (luxatie) van het gewricht tot gevolg of als de strekpees is doorgesneden. Ook een infectie of een ontsteking (zoals bij een reumatische aandoening) van het middelste vingerkootje kan de pees beschadigen.
Er kan sprake zijn van open wond of onderhuids peesletsel. Soms is er ook een stukje bot losgescheurd. Er kan sprake zijn van een te lange (uitgerekte) pees of een gescheurde pees. In veel gevallen onstaat de standafwijking pas enkele dagen na het letsel.

Klachten

In het begin zijn er vaak weinig klachten, behalve de pijn van de wond of het harde stoten. Het middelste gewricht staat vaak al wel in buigstand en kan niet meer vanzelf worden gestrekt. Met behulp van de andere hand kunt u de beschadigde vinger nog wel volledig in strekstand brengen.
Na verloop van tijd ontstaat de Boutonnière deformiteit, wat steeds meer klachten veroorzaakt. Als de misvorming langere tijd bestaat kan de dwangstand steeds erger worden omdat de buitenste slippen korter worden. In deze situatie kan het middelste gewricht ook niet meer met de hulp van de andere hand in strekstand worden gebracht.

Behandeling

Spalk

Als er sprake is van een onderhuids peesletsel, zonder een open wond, dan kan een behandeling met spalk gedurende 6 weken worden geprobeerd. De spalk strekt het middelste gewricht en laat het laatste gewricht van de vinger vrij. Hierdoor kunnen de uiteinden van de gescheurde pees weer aan elkaar groeien. De handtherapeut vervaardigt de spalk voor u op maat en begeleidt u tijdens de behandeling.
Een behandeling met spalk wordt ook toegepast als voorbereiding voor een operatie in situaties waarbij de buitenste slippen al zijn verkort en het middelste gewricht niet meer volledig in stekstand kan worden gebracht. De buitenste slippen moeten dan eerst weer op lengte worden gebracht (redressie) met behulp van de spalk.

Operatie

Als de strekpees is doorgesneden en er een open wond is, moet de pees in een operatie worden gehecht. Om te voorkomen dat de gehechte pees tijdens de genezing weer scheurt, wordt een ijzeren pinnetje door het middelste gewricht aangebracht. Dit pinnetje (k-draad) wordt na 5 weken weer verwijderd op de polikliniek. Daarna zal de handtherapeut starten met oefentherapie, waarbij het buigen en strekken van de vinger langzaam wordt opgebouwd.
Soms zijn er speciale operatietechnieken nodig om de strekpees te herstellen en de Boutonnière deformiteit te kunnen behandelen. In situaties waarbij een stukje bot is losgescheurd, zal dit in een operatie worden teruggeplaatst en vastgezet. Een operatie wordt ook toegepast als een behandeling met spalk onvoldoende resultaat heeft opgeleverd.
De ingreep wordt doorgaans op de operatiekamer uitgevoerd onder blokverdoving (verdoving van de hele arm) of narcose. Na de operatie kunt u meestal dezelfde dag weer naar huis.

Risico’s van de operatie

Bij een operatieve ingreep zijn er altijd risico’s van infectie of nabloeding.
In enkele gevallen rekt of scheurt de herstelde pees weer uit, waardoor er opnieuw een Boutonnière stand optreedt. Verder kan er als gevolg van de behandeling een stijfstand van de vinger optreden, waarbij u de vinger niet meer kan buigen.
 

Resultaat

De kans op herstel wisselt van patiënt tot patiënt en is afhankelijk van de mate van standafwijking, het soort beschadiging van de strekpees en of er al een verkorting van de buitenste slippen heeft plaatsgevonden. Bij een doorsnijding van de pees met een verse wond of een onderhuids peesletsel dat niet al lange tijd bestaat is de grootste kans op een redelijk tot goed herstel van de vinger.


Deel deze pagina: