KenniscentrumHandchirurgie › Peesletsel › Peesletsel van de hand

Peesletsel van de hand

De aanhechting van de spieren aan de botten gebeurt met pezen, waardoor krachtsoverdracht kan plaatsvinden en bewegingen uitgevoerd kunnen worden. Peesletsel betekent dat één of meerdere pezen in de hand zijn gescheurd of doorgesneden, waardoor één of meerdere vingers niet meer goed kunnen buigen of strekken. 
Als één of meerdere pezen zijn doorgesneden (of gescheurd) dan moeten deze zo snel mogelijk worden gehecht.
De vingers van de hand hebben buigpezen en strekpezen. Behalve de duim hebben alle vingers twee buigpezen. Voor het herstel van met name de buigpezen, is een grote inzet van de patiënt en een intensieve nabehandeling noodzakelijk. De functie van de hand zal nooit meer 100% herstellen bij peesletsel, maar bij een goed herstel kunnen de meeste mensen hun handen wel weer volledig inzetten in het dagelijks gebruik.

Strekpeesletsel

Wanneer een strekpees scherp is doorgesneden kan deze meestal zonder problemen worden gehecht. Het duurt echter een aantal weken voordat de pees weer stevig aan elkaar vast is gegroeid. De eerste weken wordt de hand daarom in een ‘rustspalk’ gezet. Hierna mag u beginnen met het bewegen van de vingers, maar sterke kracht, zoals zwaar tillen of sporten, moet nog vermeden worden. In enkele gevallen is het ook mogelijk om in plaats van een rustspalk, de vinger actief in een oefenspalk te laten herstellen. Dit gebeurt onder begeleiding van de handtherapeut.
Zie ook: Boutonnière deformiteit

Buigpeesletsel

Letsel aan een buigpees is over het algemeen ernstiger dan aan een strekpees. Bij een snijwond aan de buigzijde van de vinger kunnen één of beide buigpezen van de vinger doorgesneden zijn. Vaak zijn er ook bloedvaatjes en zenuwen kapot. Buigpezen lopen in een nauwe huls, de peesschede. Als de buigpezen gehecht zijn kunnen zij vastgroeien aan elkaar of aan hun omgeving. Het is daarom belangrijk dat de vingers in beweging blijven gedurende de weken na de operatie. Er mag echter nog geen kracht op de pezen komen. Wanneer u met kracht de vingers buigt zullen de hechtingen breken en zal een nieuwe operatie nodig zijn. De hechtingen zijn net sterk genoeg om de uiteinden van de pees op elkaar te houden, zodat de pees in 6 tot 8 weken aan elkaar kan groeien. Na de operatie wordt u daarom verwezen naar de handtherapeut. De handtherapeut zal een speciale spalk maken met elastiekjes (een Kleinert spalk). In deze spalk kunt u de vingers oefenen zonder dat er kracht op de gehechte pezen komt te staan. De intensieve nabehandeling van buigpeesletsels duurt 3 tot 6 maanden.

Zenuwletsel in de vinger

Naast peesletsel kunnen ook de bloedvaatjes en zenuwen zijn doorgesneden. Deze zullen zo mogelijk onder een microscoop weer aan elkaar worden gehecht. De hechtingen die hiervoor gebruikt worden zijn dunner dan een haar. Het herstel van een zenuw gaat heel erg traag en het gevoel in de vinger zal nooit meer voor 100% herstellen. De zenuw moet opnieuw vanaf de wond naar het uiteinde van de vinger groeien. Het kan 6 tot 12 maanden duren voordat de vingertop weer gevoel heeft. Een complicatie van zenuwbeschadiging is een pijnlijk zenuwuiteinde, een neuroom. Een kleine tik op de aangedane plek geeft dan een felle pijnscheut door de vinger.
Zie ook: algemene informatie over operaties van de hand.


Deel deze pagina: