KenniscentrumReconstructieve behandelingenBorstreconstructieSecundaire reconstructie › Tissue expander en siliconenprothese › Tissue expander en siliconenprothese

Tissue expander en siliconenprothese

Methode voor borstreconstructie

Met behulp van een siliconenprothese kan een vrouwelijke borst in de meeste gevallen weer in een mooie vorm worden hersteld. De vorm van de siliconenprothese is anatomisch en heeft een natuurlijke vorm.
De prothese wordt operatief onder de borstspier geplaatst. De borstspier bedekt de prothese voor tweederdedeel aan de bovenkant. Dit is nodig omdat de huid na amputatie van de borst doorgaans zeer dun is. Zonder extra bedekking van de prothese met spierweefsel is er een risico dat de randen van de prothese meer zichtbaar worden of dat de prothese zich door de huid naar buiten werkt.

Omdat de borstkas na amputatie van de borst meestal plat is en er te weinig huid over is om een prothese mee te kunnen bedekken, moet de huid eerst worden opgerekt. Dit gebeurt met een ballonprothese (tissue-expander).
In een eerste operatie wordt de expander onder de borstspier ingebracht. Gedurende 2 tot 3 maanden zal de ballon steeds iets groter worden waardoor de huidmantel oprekt.

De ballonprothese heeft een metalen vulkamer met een magneet die makkelijk van buitenaf kan worden gelokaliseerd. Wekelijks wordt met een dun naaldje in de vulkamer geprikt, waardoor de ballonprothese steeds iets meer gevuld wordt. De huid om de expander groeit mee en na een week is de spanning op de huidmantel afgenomen.
 
Als er genoeg huid is gecreëerd, wordt in een tweede operatie de ballonprothese verwijderd en vervangen door de definitieve (blijvende) siliconenprothese die de vrouwelijke vorm van de borst herstelt.
Deze techniek kan niet worden toegepast na bestraling van de borstkas omdat de huid dan vaak te stug is om op te rekken en er een hoog risico op infectie en andere complicaties bestaat.

Voor en nadelen

Het voordeel van deze methode voor borstreconstructie is dat het bij beide operaties om relatief eenvoudige, weinig belastende ingrepen gaat, en dat er geen weefsel op een andere plek van het lichaam moet worden weggehaald.
Het nadeel is dat er bij geplaatste prothesen complicaties kunnen optreden, zoals vochtvorming, dislocatie en kapselvorming. De complicaties kunnen meestal goed worden behandeld, maar maken eventueel een nieuwe operatie noodzakelijk. Als de prothesen teveel klachten geven of op lange termijn niet bevallen kunnen ze in een korte operatie te allen tijde worden verwijderd. Een borstreconstructie met lichaamseigenweefsel is dan altijd nog mogelijk.

na borstamputatie
na reconstructie met siliconenprothese
en tepelreconstructie
na tepeltatoeage



Deel deze pagina: